Tot zover de algemene informatie over Burkina Faso. Hierna volgt nu een verslagje van mijn ervaringen tijdens de vakantie.
Maandag 21 december kwamen wij, twee vrienden van me (Alex en Fred) en ikzelf, na zes en een half uur vliegen en een tussenstop van ruim twee uur in Parijs, op het vliegveld van Ouagadougou aan. De douaneformaliteiten nemen in dit land iets meer tijd in beslag, hetgeen dus betekent dat er verscheidene keren enige tijd in de rij moet worden gestaan. Bij het afhalen van de bagage bleek mijn rugzak er niet bij te zitten. Alsof ik het van te voren geweten had, want ik had in elk geval twee sets verschoning in mijn handbagage gestopt. (Uiteindelijk heb ik donderdags mijn rugzak alsnog op kunnen halen.)
De ontvangst was werkelijk geweldig. Buiten stonden zeker een man of acht op ons te wachten. We zijn direct naar het huis van een van mijn vrienden gereden, waar we rustig zittend op het terras de eerste nieuwtjes hebben uitgewisseld. De hele verdere reis zijn we overal even hartelijk verwelkomd en even gastvrij ontvangen. Een goed (Afrikaans) gastheer houdt zich met zijn gasten bezig; soms zo erg dat we wel eens wilden dat we even alleen gelaten zouden worden.
Ons eerste verblijf in de hoofdstad Ouagadougou duurde tot donderdag, toen mijn bagage gearriveerd was. Voor Fred was dit de eerste kennismaking met Afrika; Alex kent Noord Afrika. Hoewel de tijd van de Harmattan (een stevige noordoostenwind, welke voor veel stof zorgt) nog niet was aangebroken was de stad erg stoffig. Het merendeel van de wegen is onverhard en verder zijn er de vele brommertjes, die op een te rijk mengsel rijden en uiteraard de vele houtvuurtjes, waarop gekookt wordt. In de namiddag, als er bijna geen wind meer is blijft al die viezigheid als een koepel boven de stad staan. We waren dan ook wel een beetje blij toen we donderdagmiddag op weg gingen naar Koudougou, een stad met ca 60.000 inwoners op een afstand van ca 100 km westelijk van Ouagadougou.
De laatste anderhalf jaar van mijn verblijf heb ik in Koudougou op een technische school gewerkt als leraar op de metselaarsafdeling. Van de firma DingIer had ik een voorraad balpennen, potloden, etc. meegekregen. De helft hiervan hebben we in een naar mijn smaak toch wat te officiële bijeenkomst overgedragen aan de school. We werden ontvangen door de directeur, een afgevaardigde van het schoolbestuur en die docenten, die niet vanwege de kerstvakantie afgereisd waren.
Zo'n bijeenkomst gaat gepaard met verscheidene toespraken en ik voelde me toch wat ongemakkelijk met al deze aandacht voor het geven van wat pennen. Dat is voor hen dan ook niet het belangrijkste. Benadrukt werd, dat we niet alleen de moeite hadden genomen om de school te bezoeken, maar er bovendien aan gedacht hadden iets voor de leerlingen mee te nemen, hoe klein dat iets ook is.
's Zaterdags zijn we met een van mijn vrienden naar zijn ouders in een dorpje ca. 15 km van Koudougou geweest. Ook hier moeten de gebruiken weer in acht genomen worden. Na de reis heeft de reiziger dorst en als hij gedronken heeft en wat is uitgerust is het tijd voor de begroetingsrituelen. Als dat alles achter de rug is kan er 'gewoon' gepraat worden. Bij het afscheid worden over en weer cadeautjes gegeven en aangezien wij wat geld gaven, moesten we weer blijven omdat er nu lokaal bier gekocht kon worden, waarvan we ook nog moesten meegenieten; hiervan is Alex waarschijnlijk ziek geworden, die heeft een hele nacht op de wc gezeten en hij is de volgende dag in bed gebleven. Tot slot kregen we bij het vertrek als cadeautje nog een kip mee.
Koudougou heeft een grote fabriek voor het maken en bedrukken van katoenen stof. Daar deze fabriek nog stamt uit de koloniale tijd is er ook een zwembad bij aanwezig, waar we ook nog een middag hebben doorgebracht. Het is niet zo'n groot bad, maar midden in de 'winter' (overdag ca 30°) zijn er nauwelijks mensen. De enige andere badgasten waren Nederlanders, die kom je uiteraard altijd en overal tegen, zo ook hier.
We hadden besloten om de driehonderd kilometer naar het zuidwestelijk gelegen Bobo Dioulasso met de trein te maken en men had ons aangeraden de 'étalon' te nemen welke om zes uur 's avonds vertrekt (étalon betekent hengst, vertaald in het Mooré is dat Ouédraogo, de meest voorkomende familienaam bij de Mossi). Veel keuze is er niet, want er rijden maar drie treinen per dag op de enige spoorlijn die Burkina Faso rijk is. Deze verbindt Abidjan de voormalige hoofdstad van Ivoorkust aan de Atlantische kust met Ouagadougou. De treinen in Burkina Faso zijn een redelijk comfortabele manier van transport. Ze zijn niet overvol, iedereen heeft een zitplaats en er is zelfs video in ieder rijtuig (dat hierop in de achterste rijtuigen alleen een sneeuwbeeld te zien is mag de pret niet drukken, evenmin als het soms toch wel overdreven volume van het bijbehorende geluid). Om ongeveer elf uur kwamen we het station van Bobo Dioulasso binnenrijden.
Bobo Dioulasso is de tweede stad van Burkina Faso en ligt in een zone waar het meer regent dan in de hoofdstad, deze stad is dan ook veel groener. Naast Ouagadougou als administratief centrum is Bobo Dioulasso het economisch centrum van Burkina Faso. Voor de handel is het gunstig gelegen tussen Mali, Ivoorkust en Ghana en ook concentreert zich hier de -geringe- industriële activiteit.
De voor Burkinese begrippen toch wel luxe tweekamerwoning van mijn vrienden uit Ouagadougou welke tot onze beschikking stond, ligt op loopafstand van het station. Mijn ex-collega's waren al verscheidene malen komen kijken of we al gearriveerd waren. De volgende morgen hebben we eerst een wandeling naar de stad gemaakt, waar we bij de bank traveler cheques hebben ingewisseld, hetgeen ca. een uur in beslag nam. Zo aan het eind van de maand komt iedereen zijn salaris van de bank halen en is het een drukte en gedrang, die nauwelijks te beschrijven zijn.
Ook in Bobo-Dioulasso ben ik op een soort technische school werkzaam geweest. Dit was een initiatief van een broeder van de orde van Vincentius à Paulo. Het initiatief wordt middels projectkoppeling gesteund door Noordwijk. Voor kansarme jongeren had hij aan de lagere school nog twee jaar vervolgonderwijs gekoppeld, waar de jongeren kennis maakten met diverse ambachten. Bovendien werden zij nog wat bijgeschaafd op het gebied van algemene ontwikkeling. Omdat deze broeder door zijn eigen congregatie niet werd gesteund met dit initiatief, is hij inmiddels uitgetreden en probeert hij op eigen kracht verder te komen. Ik heb hem helaas niet getroffen. De tweede partij pennen en potloden had ik bestemd voor de leerlingen van deze oriëntatiecursus,maar nu was ik genoodzaakt ze op de lagere school achter te laten. De directeur van deze school stelde voor om dit te doen nadat de leerlingen teruggekeerd waren van het Kerstverlof en zo is het geschied. Met hem gingen we van klas tot klas en deelden we, na een introductie, pennen en potloden uit. Daar ik dit toch wel wat gênant vond en het ook wel erg veel tijd in beslag nam, heb ik na vier klassen gevraagd of het niet beter zou zijnde rest aan de leerkrachten over te dragen,die dan voor verdere verspreiding konden zorg dragen.
Drie ex-collega's hadden voor drie brommertjes gezorgd, waarmee we gezessen allerlei uitstapjes hebben gemaakt. De streek rond Bobo Dioulasso is toeristisch de meest aantrekkelijke van Burkina Faso. Op ca 10 kilometer van de stad bevindt zich een falaise (stijlwand). Het nagenoeg vlakke landschap vertoont hier langs een breuklijn in twee trappen een hoogteverschil van ca 60m. Dit levert een spectaculair landschap op. Een dorp boven op de rotsen gebouwd als vesting. Een geheel door rotsen omsloten poel, waar de animisten een offerplaats hebben voor de in de poel huizende meervallen, welke als heilige vissen worden beschouwd en niet te vergeten de grote watervallen van Banfora een stad 80 km zuidelijk van Bobo. Veel water komt er niet naar beneden omdat dit bovenaan de waterval al wordt opgevangen voor de irrigatie van de suikerrietvelden. Ook niet ver van Bobo bevinden zich een aantal bronnen, waaromheen een stukje welhaast tropisch oerwoud in stand is gebleven.
Bij elk van onze vrienden werden we ook uitgenodigd om in familie kring een traditionele maaltijd te gebruiken. Het meest gegeten wordt To een stevige gierstpap,die geserveerd wordt met een groentesaus en/of een vleessaus. Daar ik in het verleden regelmatig To gegeten heb, was ik er wel aangewend, maar mijn beide vrienden vonden het niet voor herhaling vatbaar. Ook rijst is een veel gegeten product. Verder is er couscous, deze wordt dan niet op de Arabische manier met brokjes vlees en rozijnen geserveerd, maar met een saus. Er is couscous gemaakt van tarwe (geïmporteerd) en er is couscous van fonio, een lokaal gewas.
Het Oud- en Nieuw-feest was op mijn verzoek door mijn vrienden georganiseerd bij familie van een van hen. Samen met ca 25 mensen en de nodige kinderen hebben we gegeten, gedronken en vooral gedanst. Rond drie uur zijn we vermoeid maar voldaan naar ons huisje gegaan.
Alex is verpleegkundige en hij zou graag eens een kijkje in het ziekenhuis nemen. Dat werd geregeld. Het ziekenhuis van Bobo Dioulasso telt ongeveer 500 bedden en er zijn ca. 250 personeelsleden. Eén verpleegkundige voor een afdeling met 30 bedden. De patiënten worden door familie verzorgd en van eten voorzien. Tijdens onze rondgang moest ik afhaken, omdat enerzijds de lucht benauwend was en anderzijds hetgeen ik allemaal te zien kreeg ook niet bepaald opwekkend was. Een ding was me na afloop wel duidelijk: zorg er voor dat je daar nooit in een ziekenhuis terecht komt.
Minder afstotend, maar nauwelijks minder primitief was de drukkerij van de katholieke missie, een van de grotere maar met zekerheid de oudste van het land. Hier hebben we ook een excursie gehouden, daar Fred drukker is van beroep. Naast enkele museumstukken (Heidelberg) stond er ook wel moderne offsetapparatuur, maar ik denk dat menig huisdrukkerij in Nederland beter is uitgerust.
Na tien dagen was het afscheid van onze vrienden erg moeilijk voor me, maar we hadden nog een reis naar het droge noorden op het programma staan en we moesten dus verder. We konden met een auto van SNV (organisatievoor ontwikkelingssamenwerking en bewustwording) meerijden naar Ouagadougou, waar we na een rit van ca vijf uur aan kwamen. Alvorens de rit naar het noorden te aanvaarden moest er wel nog het een en ander geregeld worden, en daarom zijn we nog twee dagen in de hoofdstad gebleven.
Alvorens ik nu verder ga met mijn verhaal moet ik eerst even iets uitleggen. Een zus van mijn schoonzus heeft drie jaar geleden op mijn verjaardag een man uit Burkina Faso, die in Amsterdam woont, ontmoet en is daar na enige tijd mee gehuwd. Deze man heeftvoor zijn jongere broer Moumouni een tien jaar oude Renault 4 gekocht en per schip naar hem toe gestuurd. Nu rijdt Moumouni met deze auto taxi in de hoofdstad. Naar Afrikaanse begrippen ben ik een zwager van deze Moumouni. Onze reis naar het noorden hebben we met mijn zwager in zijn taxi gemaakt.
De eerste etappe van onze reis was naar het 100 km ten noorden van de hoofdstad gelegen Lilbouré, een klein dorpje, waar de moeder en de grote familie van Moumouni woont. We werden ook hier weer als vorsten onthaald en er werd ter gelegenheid van ons bezoek een geitje geslacht. De familie was erg blij met de nieuwtjes van hun familielid uit het verre Nederland, vooral met het nieuws dat er binnenkort een kind geboren zou worden. Helaas kon ons bezoek niet lang duren en moesten we de volgende ochtend weer verder naar Kongoussi, waar we contact opnamen met het kantoor van Foster Parents Plan. Het was namelijk gepland, dat ik mijn FP-kind zou opzoeken. Met een Toyota met vierwielaandrijving van Foster-Parents zijn we naar het 60 km verderop gelegen dorp Pogoro gereden. Aan de rand van het dorp werden we met een saluutschot uit een donderbus ontvangen en in alle dorpelingen waren uitgelopen om ons te begroeten. De vrouwen zongen en dansten, terwijl de mannen ons begeleidden naar een huisje waar de welkomstdrank en het eten gereed stonden. Deze ontvangst is de meest overweldigende ervaring geweest van heel onze reis. De dorpelingen waren teleurgesteld, dat ons bezoek slechts enkele uren duurde en ik moest beloven de volgende keer toch minstens drie dagen te blijven. Mijn Foster-Parents kind is een tienjarig meisje, dat de hele tijd in mijn buurt bleef. We werden in het dorp rondgeleid en kregen het huis en erf van de familie te zien en daarna werden er allerlei toespraken gehouden door de dorpsoudste, de verantwoordelijke personen voor de uitvoering van de werken, welke door Foster Parents worden gefinancierd en nog verscheidene andere mensen. Daarna volgde een rondgang door het dorp, waarbij trots de pompen werden gedemonstreerd en het herbebossings project werd getoond. Op dit moment bereidde FP een voorlichtingscampagne over Aids voor. Ik heb de indruk dat Foster Parents met haar kleinschalige projecten heel veel effect heeft. Bij onze terugkeer in Kongoussi was het al weer bijna donker.
Dag en nacht zijn in Burkina Faso bijna even lang en er is niet zo veel verschil tussen de daglengte in juli of december. Wat heel erg opvalt is dat de overgang van dag naar nacht zeer snel gebeurt. Het ene moment is het nog volop licht en dan is het binnen een half uur donker. Wel iets om rekening mee te houden als je onderweg bent.
De volgende morgen zijn we met onze R4 weer zoetjes aan verder getuft. Onderweg zijn we eerst even gestopt in het dorpje waar de schoonfamilie van Moumouni woont (niet de schoonouders wel de grootmoeder van zijn vrouw). Hij was hier zelf ook nog maar een keer geweest. Na een tussenstop in Kaya, het Mekka voor ontwikkelingswerkers, waar we wat gegeten hebben ging het verder naar Dori. Het landschap werd al droger en troostelozer. Tegen de avond kwamen we in Dori aan en ook hier heeft onze gastheer uit Ouagadougou de beschikking over een lemen huis, waar we konden logeren. 's-Nachts kwam ik er achter, dat hetgeen ik in Kaya gegeten had niet goed voor me was geweest. Iedere twee uur speelden mijn darmen dusdanig op dat ik er even uit moest. In het maanlicht en zonder bril kreeg ik de schrik van mijn leven toen ik een tak voor een slang aanzag.
De volgende dag ben ik in Dori gebleven, terwijl de rest van het reisgezelschap met een bush-taxi naar het nog eens 60 km noordelijker gelegen Markoye is gegaan om daar de weekmarkt te bezoeken. Met een bush-taxi omdat de R4 het niet zou redden in het zand. Markoye ligt echt aan het randje van de woestijn en het is vanouds een belangrijke markt voor de rondtrekkende woestijnvolkeren. Toch was de markt minder interessant als vier jaar geleden. Trekken de woestijnbewoners steeds verder naar het zuiden?
Tegen negen uur in de avond waren mijn reisgenoten weer terug in Dori en toen moesten we op zoek naar wat eten. Dat lukte nog in een kiosk op het grote plein waar alle bush taxi's vertrekken.
De volgende dag keerden we terug naar Ouagadougou en de laatste drie dagen hebben we in een hotel overnacht. Niet dat dat nu zo'n luxe was. De deur naar de douche kon niet dicht omdat het slot er uit was gesloopt. Er was alleen koud water, en dat niet eens de hele dag en als je 's-morgens wilde ontbijten, moest de kok eerst brood en koffie gaan kopen.
We hebben die laatste dagen besteed aan het kopen van souvenirs, een beetje rondkijken en wat luieren aan het zwembad van een van de hotels. Ook hebben we nog een feestje georganiseerd bij een van mijn oud leerlingen op het erf. Deze jongen woont aan de rand van de stad en er was geen elektriciteit op het erf, zodat alles bij het licht van stormlampen moest gebeuren. Hij had enkele meisjes gevraagd om voor het eten te zorgen, maar tegen elf uur begon het toch wat koud te worden en ging iedereen stilaan naar huis.
Verder heb ik nog enkele oude vrienden opgezocht. Twee mensen, met wie ik tijdens mijn ruim vierjarig verblijf veel te maken heb gehad, mijn kok en een hele goede vriend heb ik helaas niet getroffen omdat zij inmiddels ergens in het zuidoosten van het land werk hadden gevonden. Al met al denk ik dat het voor Fred en Alex een onvergetelijke ervaring is geweest en voor mijzelf een weerzien met een land, dat ik inmiddels als mijn tweede vaderland kan gaan beschouwen. Het was dan ook met hartzeer dat ik op 15 januari in het vliegtuig stapte. Vast staat dat ik er - Deo Volente - over twee jaar weer naar toe zal gaan om er mijn vakantie door te brengen.
Terug naar de webpagina van Joop Renkers en Ronald Pellemans