Metsel en voegwerk

Scheurvorming is een veelvoorkomend probleem, maar ook afpoederen, afschilferen en afbrokkelen van baksteen en mortel treden bij historisch metselwerk regelmatig op. Overdadig ingrijpen is echter net zo ongewenst als verwaarlozing. De snelheid waarmee de schade zich ontwikkelt en het risico van vervolgschade zijn het meest richtinggevend bij de keuze of er wel of niet moet worden ingegrepen.

Historisch voegwerk is niet alleen van technische, maar ook van cultuurhistorische waarde. Deze voegen moeten dan ook alleen worden vervangen, wanneer dit technisch noodzakelijk is. Regelmatig wordt met goede bedoelingen oud voegwerk vervangen in de veronderstelling dat het technisch of esthetisch niet meer voldoet. Toch heeft die oude voeg vaak meer technische en cultuurhistorische kwaliteit dan men denkt. Daarnaast heeft nieuw voegwerk niet altijd de goede vorm of sluit het onvoldoende aan bij het achterliggende werk, waardoor het na korte tijd weer loskomt of de bakstenen beschadigt.